Wekenlang zit ik te stoeien met mijn schoolwerk voor de toetsen aan het einde van het schooljaar. Het gaat moeizaam, de teksten zijn lang en alle woorden tellen is ontzettend vermoeiend. Na enkele bladzijdes ben ik doodop en lig ik weer als een ziek vogeltje op de bank. Lichamelijk gaat het namelijk ook niet al te best.
5 weken lang probeer ik de stof voor Nederlands door te lezen, mijn beste vak. Het gaat over spelling en formuleren, maar waar dat eerst altijd automatisch ging, moet ik het nu daadwerkelijk met de regeltjes doen. Het frustreert me dat de dwang zoveel impact heeft op mijn denken en kunnen. Stapje voor stapje kom ik dichterbij het einde van het hoofdstuk en komt het einde van de stof in zicht. Ik plan het schoolexamen in de week erna en zo moet ik nog even hard aan de bak.
Op school word ik in een apart kamertje gezet, waardoor ik geen last had van de rumoer in de school. ik sla de eerste bladzijde om en begin het door te lezen. De woorden dansen voor mijn ogen en het lukt het me al snel niet meer om te focussen. Ik besluit de toets door te bladeren en met het makkelijkste te beginnen, ergens halverwege de toets. Daarna terug naar het begin. Ik kijk opnieuw naar de woorden en ik schiet in paniek. Het lukt zo niet. Ik ga met mijn handen voor mijn ogen zitten en ik probeer op mijn ademhaling te letten. Dit komt nooit goed, ik kan dit niet.
Na een tijdje op mijn ademhaling gelet te hebben begin ik wat rustiger te worden, ik probeer mezelf bemoedigend toe te spreken en uiteindelijk begin ik opnieuw met lezen. Nu rustiger, zinnetje voor zinnetje. Het gaat langzaam, maar het lukt me eindelijk om verder te komen. Net voordat de tijd om is, is de toets klaar. Er is niks meer aan te doen. Ik vrees ervoor. Laten we hopen op het beste.
Daarna volgde een aantal zenuwachtige weken, ik was bang dat de paniek het had verpest, dat het een dikke onvoldoende was. Hoe langer het duurde, des te meer twijfels en druk ik voelde. Maar uiteindelijk kwam het verlossende punt.
'8,7.'
'Wát?'
'Ja, je hebt een 8,7.'
Ongeloofwaardig kijk ik mijn docent aan. Dat kan niet, dat kan echt niet. Toch is het zo. Even later kijk ik de toets in, ik sta nog steeds versteld van het punt. Vorig jaar haalde ik een 6,8 voor dezelfde toets, een erg laag cijfer voor Nederlands voor mij. 'Deze was weer op z'n Marleens!' Wat een opluchting, wat een rust. Het geeft energie, kracht en de moed om er weer verder tegenaan te gaan. De dwang kan veel van me af pakken, maar het lukt hem niet om alles te verpesten.
Terwijl ik in de bus zit op weg naar huis denk ik erover na. 'Zie je wel dat je het nog kan, je bent niet dom.' In gedachten geef ik mezelf een piepklein schouderklopje, heb ik ook nog iets positiefs gedacht vandaag.